Wandelingen door Gijzenrooi

Winter | Lente | Zomer | Herfst

Herfst

De regelmatige wandelaars die weten waar de bramen staan hebben er bij het begin van de herfst al wekenlang van kunnen plukken. In goede bramenjaren kun je er zelfs zo veel plukken dat je er jam van kunt maken. De oerinstincten van de mens als verzamelaar in de natuur komen dan weer boven.

In september vliegen boven de velden tussen Putten en Riel grote groepen boerenzwaluwen. Ook kievieten kunnen zich hier in grote aantallen verzamelen. Het is alsof je de onrust onder de trekvogels kunt voelen. Binnenkort zullen ze hun grote tocht naar het zuiden weer gaan beginnen, ons achterlatend in een koud, guur, mistig en steeds donkerder wordend land. Voorlopig echter kunnen we in september en oktober nog prachtige zomerse dagen hebben.

Langs de weggetjes van Gijzenrooi beginnen nu de paddestoelen hun koppen boven de grond te steken, zoals bijvoorbeeld de vliegenzwam en de inkzwam. Voor de boeren is het een drukke tijd, hoewel het oogsten in deze tijd nauwlijks nog zweet en moeite kost. De grote maaidorsers gaan als grommende monsters over het veld, al het rjpe koren in hun muil verslindend. Zo ook vergaat het de mais. Met geweldige tondeuses wordt ze afgeknipt, gehakt en meteen in vrachtwagens gespoten. De konijnen die zich heerlijk veilig waanden in dat grote maisbos vluchten er steeds verder in. Hun hangt een ellendig lot boven het hoofd, want als ze dan tesnslotte uit de laatste overeind staande stengels worden verdreven lopen ze grote kans om te worden doodgeslagen door jongelui met knuppels.

Na alle drukte van de oogst ligt het land dan weer verlaten, dikwijls gehuld in mist. De bladeren vallen van de bomen. De populieren langs de Puttensedreef zijn ze het eerst kwijt. De eiken houden ze het langst vast. Wat kan het ook 's nachts mooi zijn in dit jaargetijde. Als er een dikke nevel over de velden ligt waarboven alleen het bovenste gedeelte van de in het landschap verspreid staande bomen en bosjes uitsteekt en dit geheel wordt beschenen door de volle maan, ontstaat een spookjesachtige sfeer. Ook de morgens als de zon de nevels tracht te verdrijven kunnen prachtig zijn.

Als de storm door de bomen jaagt ontstaat er een geheel ander beeld. De takken buigen en kraken en grote wolken bladeren worden weggeblazen. Kaal en naakt blijven de bomen tenslotte achter. De winter staat weer voor de deur.

Vier seizoenen lang hebben we door Gijzenrooi gezworven, genietend van en verbonden met het leven van dieren en planten. 365 maal kwam de zon op. Iedere keer toch weer iets anders dan de vorige keer. De warmte van de zon resulteerde in mooie bloemen, lekkere vruchten en iets hogere bomen. De wind streek koeltjes over het gras of loeide door de bomen. De regen sproeide overvloedig. De vogels zongen, bouwden hun nesten en brachten een nageslacht voort.

Zo is het in Gijzenrooi altijd geweest en zo is het goed. Wat zal de toekomst ons gaan brangen? De mens, naar een steeds gemakkelijker leven en naar steeds meer luxe verlangend, vormt een grote bedreiging voor zijn medeschepselen, ook in Gijzenrooi.

P. v. Beek

Tekst: P. v. Beek, uit "Gijzenrooi, houw 't groen"

<< Zomer | Overzicht