Wandelingen door Gijzenrooi

Winter | Lente | Zomer | Herfst

Lente

Volgens de kalende begint de lente op 21 maart. De oplettende wandelaar heeft al lang vóór 21 maart gezien en gehoord dat het leven in de natuur weer begint te ontluiken.

Al in januari beginnen de heggemusjes en de mezen hun voorjaarsliedje te laten horen. Ook in Gijzenrooi komen deze vogeltjes in grote hoeveelheden voor. Fijne lentedagen zijn die dfagen waarop de zon uit een blauwe hemel op ons straalt, maar ook als er zo'n groeizaam voorjaarsregenbuitje valt. Onder die omstandigheden is de vogelwereld erg actief.

De leeuwerikken op de bolle akker tussen Putten en Riel laten zich van alle kanten horen. De merel en de lijster zingen vanuit de fruitbomen bij de boerderijen. In de hoge eikenbomen op Riel zit een grote lijster. In de buurt van het Valkenbos heeft een zanglijster zijn territorium. Vooral in de vroege morgen en als de avond begint te vallen zijn deze vogels te horen. Wist u dat ze van de eerste dageraad tot dat het volledig dag is in een vaste volgorde beginnen te zingen? Slechter treft u het als de wind uit het noorden waait en het hagelt of sneeuwt; dan kan het ook in de lentetijd soms nog winters stil zijn.

Op zonnige dagen zie je in maart vaak grote groepen lijsterachtige vogels op de weilanden lopen fourageren. Dat zijn koperwieken en kramsvogels waarvoor Gijzenrooi een prachtige pleisterplaats schijnt te zijn. Een enkele maal zag ik er een beflijster tussen. Ook zo'n vogel die vanuit zuidelijke treken door ons land trekt naar zijn broedgebieden in het hoge noorden.

Na half maart beginnen onze zomergasten ook weer terug te komen, maar eerst moet ik nog iets zeggen over een blijvertje dat zich in de braamheggen van Gijzenrooi uitstekend thuis volt, namelijk het winterkoninkje. Een heel klein vogeltje met een bijna verticaal naar boven wijzend staartje en dat voor zo'n klein wezentje zeer luidruchtig kan zijn. Helder laat het zijn rollers weerklinken. Het is zeer beweeglijk en zit nooit lang op dezelfde plaats.

Na half maart dus wordt het vogelkoor haast wekelijks uitgebreid. Een van de eerste vogeltjes die uit het zuiden terugkeren is de tjif-tjaf die ook in Gijzenrooi op verschillende plaatsen zijn naam roept. iets later komt er een die sprekend op hem lijkt. Hij houdt zich bijvoorkeur op de in de drogere dennebossen. Het is de fitis die je op de Stratumse hei kunt horen.

En dan, in de eerste weken van april, komen de boerenzwaluwen hun plekjes in de gastvrije stallen van de boeren in Putten en Riel weer opzoeken. Het is dan al lekker warm geworen en dat moet ook wel, want ze hebben honger van hun lange tocht naar het noorden en er moet dus volop te eten zijn in de vorm van muggen en vliegen die weer in grote getale rondvliegen.

Nog een vogel die ook volop in Gijzenrooi te horen is wil ik noemen omdat hij zo'n heel apart geluid aan het vogelkoor toevoegt. Die vogel is de koekoek die eind april zeker weer is teruggekeerd.

Ga nu eens een keer op zondagmorgen in het begin van mei door de laantjes van Gijzenrooi wandelen. Zoek er een mooie dag voor uit. Je kunt dan volop genieten van de frisse lucht en van het zeer gevarieerde vogelkoor. Waarom nu op zondagmorgen? Wel, als u dan vroeg bent, liggen de meeste automobilisten nog in bed en worden de vogeltjes nog niet overstemd door het geraas van al die auto's op de wegen rond Gijzenrooi. Ik houd nu al mijn hart vast als er dadelijk ook nog wegen doorheen zouden moeten gaan lopen.

Tekst: P. v. Beek, uit "Gijzenrooi, houw 't groen"

<< Winter | Overzicht | Zomer >>