Wandelingen door Gijzenrooi

Winter | Lente | Zomer | Herfst

Zomer

De vogelzang die in april en mei overal zo uitbundig was te horen begint weer in juni wat af te nemen en in juli is het al weer minder. Als we in deze tijd gaan wandelen dan richten we onze aandacht maar weer eens op de planten en dan in het bijzionder op de wilde planten.

In mei zien de weiden in Gijzenrooi geel van de paardebloenmen. Ertussen staan de madeliefjes of meizoentjes. Plantjes die veel voorkomen en beide niet alleen een sieraad voor het oog zijn, maar ook goed voor onze gezondheid. Van jonge blaadjes van de paardebloem kun je een vitaminerijke salade maken. Vooral de jonge blaadjes smaken goed. De oudere zijn erg bitter.

Langs de weggetjes staat veel smalle weegbree. De blaadjes ervan heb ik eens gebruikt bij de bestrijding van zwemmersexceem. Elke avond een paar verse gekeusde blaadjes op de aangetaste plekken. De volgende morgen komen ze helemaal zwart vanaf. Het exceem verdween zienderogen.

Ook een interessante plant die je in Gijzenrooi kunt vinden, maar dan in juni zo omstreeks St.Jan, is het naar deze heilige genoemde St.Janskruid, een plantje met gele bloemetjes. Als je zo'n bloemetje tussen je vingers fijn wrijft, worden je vingers rood. Volgens een middeleeuwse sage is dit het bloed dat de heilige Johannes bij zijn onthoofding verloor.

In de Kempen hingen de boeren lange tijd zogenaamde kruidenwisch of kruidentros naast de deur om de kwade geesten buiten te houden. In deze tros bevond zich ook het St.Janskruid dat in sommige streken ook wel "Jaag-den-Duvel" wordt genoemd. In de homeopathie wordt het St.Janskruid op grote schaal als geneesmiddel toegepast.

Iets vroeger in de zomer zien we op de vochtige bodem van de greppeltjes op vele plaatsen pinksterbloemen staan en ook, maar die komen veel minder voor, de mooie blauwe kattestaarten.

Een grote struik die langs sommige weggetjes in Gijzenrooi staat en die ook altijd een grote rol heeft gespeeld in het leven van de mensen is de vlier. In de oudheid gold de vlier als een heilige boom waarin de godin Frija woonde. Zijn geneeskrachtige eigenschappen waren alom bekend. Nog steeds wordt vlierbloesem-thee gebruikt bij verkoudheid en wordt van de bessen jam gemaakt. Op geen enkel boerenerf ontbrak de vlier omdat men geloofde dat hij geluk bracht.

Het zou te ver gaan om alles wat er nog aan wilde plantjes in Gijzenrooi groeit te gaan omschrijven. Voor vele jonge lezers zeggen de namen van die plantjes niets. Je kunt natuurlijk ook van de natuur genieten zonder de namen van al die plantje ste kennen, maar toch is het mijn ervaring dat je veel beter gaat kijken als je wel nagaat hoe ze heten. Iedere wandeling wordt dan een ontdekkingstocht. Probeer er niet te veel tegelijk te onthouden; als u er elke week één bij leert kent u er na een jaar zo'n vijftig en dat is al een heleboel. U leert dan ook de plaatsen kennen waar een bepaalde soort voorkeur voor heeft. Ook kunt u nagaan welke plantjes in de geneeskunde een rol spelen en hoe ze in het leven van onze voorouders functioneerden.

Een rijk gebied gaat voor je open en je gaat je nauwer verbonden voelen met de natuur. Koop een flora en ontdek het leven om je heen. Ga eens wandelen met de IVN en laat enthousiaste gidsen vertellen wat er allemaal te zien en te horen is in de natuur. U zult dan bemerken dat al dat land dat nog niet bestraat en bebouwd is een onschatbare waarde voor u gaat krijgen.

Tekst: P. v. Beek, uit "Gijzenrooi, houw 't groen"

<< Lente | Overzicht | Herfst >>